Ruimtefiguren zoals een balk of een kegel bestaan en zijn ook regelmatig te zien in opdrachten op een eindexamen. Standaard zijn de inhoudsberekeningen maar er zijn ook zat andere kleinere technieken die in je wiskunde-gereedschapskist moeten zitten. Goed te doen mits je maar genoeg oefent.
Coördinaten in de ruimte
Meestal werkte je met een tweedimensionaal assenstelsel maar er bestaat ook een driedimensionale variant. Ook daar moet je mee kunnen omgaan. Met een duidelijke filmpje van wiskunde.tv.
Inhoud berekenen
Kubus, balk, prisma, cilinder, kegel en piramide zijn ruimtefiguren waarvan je de inhoud kan berekenen. Dan moet je wel oppervlaktes al kunnen berekenen want inhoud = oppervlakte x hoogte. Heb er ook paar oefeningen ingezet. Veel formules kan je op het formuleblad van het eindexamen vinden. Bekijk dat formuleblad ook maar eens.
Lichaamsdiagonaal
Een lijn dwars door een ruimtefiguur heen noemen we een lichaamsdiagonaal. Die moet je kunnen berekenen in verschillende situaties. De verlengde stelling van Pythagoras helpt je daarbij.
Hoogtelijnen en verticale doorsnede
Soms krijg je een opdracht om met een kaart met hoogtelijnen te werken. Een verticale doorsnede maken zie je niet vaak terug maar het staat wel bij de mogelijke onderwerpen. Kijk vooral de heel duidelijke video.
Aanzichten
In een van de laatste eindexamen kwam het weer eens voor: aanzichten. Op zich niet zo moeilijk maar als je geen ruimtelijk inzicht hebt (zoals ondergetekende) zit je wel eens te puzzelen. Ach..
Oppervlakte ruimtefiguren
Hoeveel cadeaupapier heb je met Sinterklaas nodig om die mooie doos in te pakken? Reken het uit door van alle grensvlakken apart de oppervlakte uit te rekenen en die dan netjes bij elkaar optellen.